Dé ideale woning? Comfort en rust halen het van EPC.
Hoe ziet de ideale woning van de Belg eruit? Uit een enquête van Crelan in samenwerking met Ipsos blijkt dat wooncomfort vandaag zwaarder doorweegt dan ooit. Rust, ruimte en levenskwaliteit staan centraal. Energie- efficiëntie en ecologie blijven relevant, maar verliezen terrein ten opzichte van welzijn en praktische leefbaarheid.
RUSTIGE BUURT EN TUIN BOVENAAN
Voor wie in 2025 een woning koopt, draait het niet langer uitsluitend om prijs of oppervlakte. Kopers zoeken in de eerste plaats levenskwaliteit. Wonen in een rustige buurt voor 83% een prioriteit. Een comfortabele binnenruimte (82%) en een tuin (77%) blijven belangrijk.
Meer dan zes op de tien eigenaars (64%) willen hun huidige levensstijl kunnen behouden. Dat onderstreept het belang van evenwicht tussen wooncomfort en dagelijkse gewoontes.
Bij jongvolwassenen (20- 35 jaar) is de trend nog meer uitgesproken. Zij hechten meer belang aan rust, nabijheid van werk en winkels, en kwaliteitsvolle materialen dan in 2024. Ook de afstand tot scholen stijgt in prioriteit (57% tegenover 44% een jaar eerder). Langetermijnplannen en gezinsvorming spelen dus duidelijk mee in hun woonkeuze.
REGIONALE VERSCHILLEN IN PRIORITEITEN
Het EPC- certificaat, jarenlang een van de belangrijkste selectiecriteria, valt nationaal uit de top vijf. Toch zijn er duidelijk regionale verschillen. In Vlaanderen blijft de EPC- waarde cruciaal voor 71% van de kopers. In Wallonië geldt dat nog voor 38%, een forse daling tegenover 58% in 2024.
Waalse kopers hechten meer belang aan een instapklare woning, een landelijke omgeving en de nabijheid van winkels en openbaar vervoer. De voorkeuren sluiten dus nauwer aan bij woonomgeving en praktische bereikbaarheid dan bij energieprestaties.
MEER INTRESSE IN BESTAANDE WONINGEN
Nieuwbouw verliest terrein ten gunste van bestaande woningen. Die bieden vaak een betere combinatie van ligging, ruimte en budget, ook al zijn renovaties soms nodig.
Bij 20- tot 35- jarigen geeft 64% de voorkeur aan een bestaande woning, tegenover 54% in 2024. Die verschuiving betaalt zich ook in het financieringsgedrag. Acht procent van de eigenaars sloot een specifieke renovatielening af, waarvan een kwart een groene lening.
Hoewel de meeste kopers weten dat zulke ‘groene’ kredieten bestaan, twijfelt één op de vijf of die wel bij hun situatie past. Tegelijk geeft vier op de tien respondenten aan bereid te zijn de looptijd van hun lening te verlengen om een duurzamere woning te kunnen kopen. Ecologische overwegingen blijven dus meespelen, zij het in combinatie met financiële voorzichtigheid.
VROEGER ZELFSTANDIG, MAAR MET OPOFFERING
De gemiddelde aankoopleeftijd blijft stabiel op 25,6 jaar. De weg naar eigendom verandert wel. In 2025 woonde nog 52% van de 20- tot 35- jarigen bij hun ouders voor aankoop, tegenover 62% in 2024. Steeds meer jonge koppels huren eerst samen, wat wijst op een sterkere drang naar zelfstandigheid.
Die autonomie heeft een prijs. 38% van de kopers geeft aan in de eerste jaren na aankoop te hebben ingeboet op levenskwaliteit wanneer er een lening loopt. Vooral restaurantbezoeken en reizen worden teruggeschroefd. Jongeren besparen vaker op uit eten gaan, terwijl oudere generaties eerder snoeien in reisplannen.
De basisregel blijft overeind: ongeveer een derde van het netto- inkomen gaat naar de afbetaling van krediet. Kopers blijven dus voorzichtig en waken over hun budgettair evenwicht.
COMFORT BOVEN ALLES
De Belgische woningzoeker kiest niet langer primair voor maximale oppervlakte of puur financiële optimalisatie. De nadruk ligt op rust, comfort en levenskwaliteit, met regionale nuances. Bestaande woningen winnen terrein, renovatie wordt strategischer aangepakt en duurzaamheid blijft belangrijk, maar binnen de grenzen van het haalbare budget. De ideale woning is vandaag vooral een plek waar men zich goed voelt- en dat mag wat kosten, maar niet tegen elke prijs.
Bron: Vastgoed flitsen (Weekblad CIB Maart)